CIOWEB

Interkerkelijk contact in overheidszaken

Archief voor september, 2015

Gemeentelijke subsidie aan kerken en religieuze organisaties

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stuurde onlangs haar antwoorden op Kamervragen door de leden De Pater-van der Meer (CDA), Van der Staaij (SGP) en Karabulut (SP) over gemeentelijke subsidieregelingen die identeitsgebonden organisaties zouden benadelen of zelfs uitsluiten. Concreet ging het om een motie van de Amsterdamse Gemeenteraad (18 november) en een Algemene Subsidieverordening van de gemeente Rhenen. De Amsterdamse Motie (TK, 2009-2010, Aanhangsel 1032) Op 18 november nam de gemeenteraad van Amsterdam een motie aan die het college opdroeg om ‘als voor waarde op te nemen in contracten met organisaties die werk verrichten voor de gemeente Amsterdam dat zij hun functies niet exclusief openstellen voor een specifieke groep mensen met uitsluiting van andere groepen.’ Maar volgens de minister speelt de Awgb hier geen rol. Het gaat immers om subsidiebeleid van een gemeente en dan is de gemeente gebonden aan artikel 1 van de Grondwet en de beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Daarbinnen beschikken de lokale gemeenten over een beoordelingsvrijheid. De minister niet van plan om zich met de zaak te gaan bemoeien omdat de verantwoordelijkheid voor de aanpak van maatschappelijke problemen op lokaal niveau bij de gemeente Amsterdam ligt. Het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam heeft al laten weten de motie niet uit te voeren met als argumentatie dat de wet en de jurisprudentie onder bepaalde gevallen uitzonderingen niet als discriminerend aanmerkt. Immers, de Algemene Wet gelijke behandeling maakt het mogelijk in bepaalde gevallen levensbeschouwelijke eisen te stellen aan personeel. Als de gemeente Amsterdam deze organisatie nu op grond van hun personeelsbeleid wel als discriminerend zou aanmerken, dan is de gemeente Amsterdam zelf schuldig aan ongelijke behandeling c.q. discriminatie. Daarom is de motie volgens het college van B&W daarom niet uitvoerbaar. Subsidieverordening Rhenen (TK, 2009-2010, Aanhangsel 1033) De Algemene Subsidieverordening van de gemeente Rhenen stelt dat ‘activiteiten die partijpolitiek en/of levensbeschouwelijk van aard zijn, voortvloeien vanuit partijpolitieke, godsdienstige en/of levensbeschouwelijke motieven dan wel een vorming en/of verspreiding op deze terreinen tot doel hebben’ in ieder geval niet subsidiabel zijn. Deze aangehaalde bepaling bevat drie onderdelen: 1) activiteiten van partijpolitieke en/of levensbeschouwelijke aard zijn niet subsidiabel; 2) activiteiten die voortvloeien vanuit partijpolitieke, godsdienstige en/of levensbeschouwelijke motieven zijn niet subsidiabel; 3) activiteiten die vorming en/of verspreiding op deze terreinen tot doel hebben zijn niet subsidiabel. Het eerste en derde onderdeel zijn volgens de minister zonder meer in overeenstemming met de benadering in het Tweeluik religie en publiek domein. In het tweeluik staat dat subsidie niet mag dienen ter verwezenlijking van geloofsdoelen; als de activiteiten daarop zijn gericht, komen deze niet in aanmerking voor subsidie op grond van het beginsel van scheiding van kerk en staat. Wat betreft het tweede onderdeel van de bepaling hangt het af van hoe dat in de praktijk wordt toegepast in het subsidiebeleid. Het gaat om een vrij algemene formulering. Als dat tot gevolg heeft dat organisaties met een levensbeschouwelijke grondslag bij voorbaat worden uitgesloten van subsidie, ongeacht de aard van de activiteiten die zij (wensen te) verrichten, dan zou er sprake zijn van discriminatie. Als de gemeente dit onderdeel evenwel in de context van de gehele bepaling zo uitlegt dat het activiteiten die een religieus of levensbeschouwelijk doel hebben niet wenst te subsidiëren, dan past dit binnen het juridisch kader zoals dat is uiteengezet in het tweeluik. De rechter kan in een concreet geval toetsen of weigering van de subsidie op basis van deze bepaling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Vooralsnog doet de minister nog geen voordracht voor vernietiging omdat het in eerste instantie een verantwoordelijkheid van gemeenten om verordeningen op te stellen binnen de grenzen van de wet en de jurisprudentie. Het primaire mechanisme daartoe is het democratische besluitvormingsproces binnen de gemeenten zelf.

Lees verder

Minister: oordeel weigering subsidie Youth for Christ hoort bij rechter thuis

Den Haag – In antwoord op de vragen van de SGP aan de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties over het weigeren van subsidie aan Youth for Christ op grond van personeelsbeleid, laat de minister weten dat alleen een rechter in het concrete geval kan beoordelen of er in strijd met de Grondwet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is behandeld (antwoord ontvangen 9 augustus 2010).

De minister stelt dat alleen de rechter kan besluiten of het concrete besluit om het contract niet te verlengen in overeenstemming is met de wet. Decentrale overheden zijn – binnen de grenzen van wet en recht – vrij om hun eigen beleid te bepalen en op basis daarvan besluiten te nemen.

Daarbij merkt de minister op dat, indien de zaak voor de rechter zou komen en deze zou moeten beoordelen op de criteria van artikel 1 van de Grondwet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, de rechter ook de vraag mee zou nemen of de betrokken organisatie zelf binnen de grenzen van de Algemene wet gelijke behandeling opereert.

Lees verder

Christelijk Gereformeerde Kerk te Zeewolde vs. H.R.H.A. de Boer

In 2003 werd dominee de Boer afgezet als predikant van de Christelijk Gereformeerde kerk in Zeewolde. De heer de Boer ging vervolgens in beroep via de kerkelijke rechtsprocedure van de Christelijk Gereformeerde Kerk (classis – particuliere synode – generale synode).
Deze zaak is om twee redenen interessant. Procedureel omdat de Boer op een bepaald moment niet verder gaat met de kerkelijke procedure en de zaak voor de civiele rechter laat komen. Inhoudelijk omdat de Boer zich beriep op de constatering dat het hier arbeidsverhoudingen betrof en dat zijn ‘ontslag’ niet voldoende was gemotiveerd en daarmee ‘kennelijk onredelijk zou zijn’. De verhouding tussen kerkrecht en civiel recht De Dordtse kerkorde die geldt binnen de Christelijk Gereformeerde Kerk kent een trapsgewijs systeem van beroep op beslissingen genomen door een lager orgaan, eindigend bij de Generale Synode. Op een gegeven moment in de procedure heeft de afgezette dominee geen vertrouwen meer in de interne rechtsgang, hij vermoedt partijdigheid, en hij besluit het conflict voor te leggen bij de civiele rechter. Deze rechter acht zich bevoegd en komt op 2 februari 2005 met een uitspraak. Hier gaan beiden partijen tegen in beroep. Het Gerechtshof in Arnhem vernietigt het vonnis van de Kantonrechter. Het hof stelt dat zwaarwegende omstandigheden het naar redelijkheid en billijkheid mogelijk maken dat een rechtzoekende niet eerst de kerkelijke rechtsgang volgt. Dergelijke omstandigheden kunnen zijn dat het statuut voor het betreffende geschil geen voorschriften bevat, of indien de kerkelijke rechtsgang niet voldoet aan fundamentele beginselen van procesrecht. Het hof stelt ook dat er in dit geval geen sprake was feiten die het naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou maken om de kerkelijke rechtsgang te doorlopen. Ook heeft de Boer zijn appèls waarmee eventuele fouten in de procedure aanhangig konden worden gemaakt bij de Generale Synode zelf ingetrokken. Het hof concludeert dat er geen zwaarwegende omstandigheden waren om af te wijken van de kerkelijke rechtsgang. Daarom wordt de uitspraak van de Kantonrechter vernietigd. De afgezette dominee had eerst de kerkelijke rechtsgang geheel moeten doorlopen alvorens hij de procedure bij de burgerlijke rechter aanhangig maakte. Arbeidsverhoudingen De Kantonrechter in Lelystad had de relatie tussen de Boer en de Christelijk Gereformeerde kerk gekwalificeerd als een arbeidsverhouding, en de zaak conform het arbeidsrecht behandeld. De gemeente werd veroordeeld tot het betalen van een som geld en de kosten van het geding. Dit arrest is nu in zijn geheel door het Gerechtshof vernietigd. In de uitspraak van het Gerechtshof wordt geïntimeerde De Boer veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de CGK en de classis. Er zijn wel belangrijke vragen blijven liggen. Het hof heeft de geïntimeerde immers op formele gronden niet ontvankelijk verklaard. Daardoor is zij inhoudelijk niet meer toegekomen aan de vraag of de verhouding tussen de dominee en de CGK als arbeidsverhouding gekwalificeerd had moeten worden, inclusief de daarbij behorende wet- en regelgeving? De opmerking van het Hof dat de Boer zijn vordering baseert op “een kennelijk onredelijke/onregelmatige arbeidsovereenkomst” is curieus. Oud-vicepresident van de rechtbank in Rotterdam, Mr. E. Bos, is daarom met deze uitspraak niet gelukkig. In het Nederlands Dagblad van 17 februari 2010 stelt hij: “De regels van het burgerlijk recht passen niet op de positie van de predikant. Niet voor niets verklaart het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen in artikel 2 dat het niet van toepassing is op personen die een geestelijk ambt bekleden. Dit vloeit namelijk voort uit de vrijheid van godsdienst, zoals in onze Grondwet is erkend. Het uitgangspunt van het hof dat het hier om een arbeidsovereenkomst gaat, doet daaraan onvoldoende recht.” De vrijheid van godsdienst in het geding? Bos stelt in zijn artikel dat de uitspraak van het hof de godsdienstvrijheid ondergraaft. Het hof stelt immers dat: “Het recht op godsdienstvrijheid ziet uiteindelijk op de vrijheid van individuen om uiting te geven aan hun religieuze overtuigingen.” Met een verwijzing naar de Grondwet van 1848 merkt Bos op dat er oorspronkelijk wel meer werd bedoeld met de vrijheid van godsdienst, onder andere de vrijheid van oprichting, inrichting en regeling van kerk en kerkverband. Hij concludeert dan ook dat de overweging van het hof kerkgenootschappen degradeert tot niet meer dan een winkeliersvereniging met een door de leden te respecteren reglement.

Lees verder

CIO-web - CIO Interkerkelijk Contact in Overheidszaken
    • Postadres

      CIO-Secretariaat:
      Postbus 13049
      3507 LA Utrecht
      info@cioweb.nl

      Bezoekadres

      Adriaen van Ostadelaan 140
      3583 AM Utrecht

      Ook op

    • Secretaris

      Mr. Drs. Daniëlle P.J. Woestenberg Ma Ma
      Tel: 030 23 26 928
      d.woestenberg@rkk.nl

      Extra info

      Extra info
      op aanvraag