CIOWEB

Interkerkelijk contact in overheidszaken

Minister: oordeel weigering subsidie Youth for Christ hoort bij rechter thuis

Den Haag – In antwoord op de vragen van de SGP aan de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties over het weigeren van subsidie aan Youth for Christ op grond van personeelsbeleid, laat de minister weten dat alleen een rechter in het concrete geval kan beoordelen of er in strijd met de Grondwet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is behandeld (antwoord ontvangen 9 augustus 2010).

De minister stelt dat alleen de rechter kan besluiten of het concrete besluit om het contract niet te verlengen in overeenstemming is met de wet. Decentrale overheden zijn – binnen de grenzen van wet en recht – vrij om hun eigen beleid te bepalen en op basis daarvan besluiten te nemen.

Daarbij merkt de minister op dat, indien de zaak voor de rechter zou komen en deze zou moeten beoordelen op de criteria van artikel 1 van de Grondwet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, de rechter ook de vraag mee zou nemen of de betrokken organisatie zelf binnen de grenzen van de Algemene wet gelijke behandeling opereert.

Lees verder

Kerken dialoogpartner EU

Kerken worden officieel dialoogpartners voor de EU
Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december, wordt ook een artikel van kracht dat van groot belang is voor de kerken. Artikel 17 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie erkent de EU de identiteit en specifieke rol van de kerken en onderhoudt met hen op deze basis een “open, transparante en regelmatige” dialoog. Dankzij dit artikel zijn kerken en religieuze gemeenschappen in de gelegenheid om de dialoog met de Europese Commissie, Raad en Parlement te versterken. ‘Kritische en constructieve dialoog’ In een persbericht meldt de COMECE, de Commissie van de Bisschoppenconferenties van de Europese Unie, dat de Kerk op basis van de sociale leer van de katholieke Kerk en op grond van haar ervaringen, een “kritische en constructieve dialoog” kunnen voeren met de decision makers binnen de EU op de verschillende beleidsterreinen. Het persbericht zegt verder dat “dezelfde urgenties, op de drempel van een nieuw decennium, zowel de EU als de kerken bezighouden, namelijk: de bevordering van de waardigheid van iedere menselijke persoon, de solidariteit met de zwaksten in onze samenlevingen, een economie die de menselijke persoon centraal stelt, solidariteit tussen de generaties en met de ontwikkelingslanden, klimaatverandering, en het behoud van de Schepping, de hartelijkheid naar migranten en de interculturele dialoog”. De kerken in Europa zien de dialoog met de Europese Unie dan ook als een instrument dat het hun mogelijk maakt te benadrukken dat de EU een gemeenschap van volken en van waarden moge worden, die zich bewust is van haar verantwoordelijkheid, die verenigd is en open staat voor iedereen. Kansen niet voorbij laten gaan In de afgelopen jaren is al een feitelijke dialoog totstandgekomen tussen de Europese instituties en de COMECE met zijn oecumenische partners. Dankzij deze practical dialogue is het vertrouwen tussen de instituties en de kerken in de loop van de jaren toegenomen. De COMECE zal deze dialoog nu intensiveren op basis van artikel 17. Zij roept de kerken en de christenen in heel Europa op om de kansen die deze dialoog biedt, niet voorbij te laten gaan, maar gebruikmakend van ieders expertise en humaniteit het project Europa mede gestalte te geven. De CEC (Conference of European Churches) en COMECE zullen spoedig met specifieke voorstellen komen aan de Europese Commissie, Parlement en Raad over manieren om deze dialoog “tot een regelmatige institutionele praktijk” te maken. Artikel 17 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 1. De Unie eerbiedigt de status die kerken en religieuze verenigingen en gemeenschappen volgens het nationaal recht in de lidstaten hebben, en doet daaraan geen afbreuk. 2. De Unie eerbiedigt tevens de status die de levensbeschouwelijke en niet-confessionele organisaties volgens het nationaal recht hebben. 3. De Unie voert een open, transparante en regelmatige dialoog met die kerken en organisaties, onder erkenning van hun identiteit en hun specifieke bijdrage

Lees verder

Scheiding van kerk en staat

Dr. S.C. van Bijsterveld: Over de scheiding van kerk en staat
De beginselen De verhouding tussen kerk en staat wordt bepaald door het recht van godsdienstvrijheid; het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie; en het beginsel van scheiding tussen kerk en staat. Een stukje geschiedenis De scheiding tussen kerk en staat werd afgekondigd na de Bataafse Omwenteling van 1795. Bij de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden in 1814 werd het beginsel behouden. In de loop van de 19de eeuw werden de betrekkingen tussen overheid en kerken op het concrete niveau van de wet- en regelgeving gaandeweg volgens dit beginsel gemodelleerd. Scheiding tussen kerk en staat is ook een van de basisbeginselen in de onderlinge verhouding tussen kerk en staat. Soms ondoordacht gebruik De laatste jaren wordt het beginsel van scheiding van kerk en staat in het publieke debat en in de politiek met enige regelmaat ingeroepen. Dit is het geval in discussies over zowel christendom als islam. De vanzelfsprekendheid van dit beginsel en de dwingende kracht die ervan uitgaat, maken dat het al snel een sterk argument wordt voor elke stelling die verkondigd wordt. Meermaals wordt het beginsel in louter politieke zin gebruikt op een wijze die geen recht doet aan de werkelijke en eigenlijke betekenis ervan. De Grondwet Het beginsel van scheiding tussen kerk en staat is niet als zodanig in de Grondwet of enige ander wet neergelegd. Het moet gezien worden in het licht van de in de Grondwet gegarandeerde vrijheid van godsdienst (artikel 6), alsmede het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie (artikel 1). Anders gezegd, het beginsel van scheiding van kerk en staat staat niet op zichzelf; het moet worden geïnterpreteerd in het licht van vrijheid van godsdienst en neutraliteit van de overheid ten aanzien van godsdienst en levensovertuigingen. Dit feit alleen al brengt mee dat, anders dan veelal wordt gesuggereerd, een scheiding tussen kerk en staat geen absolute scheiding kan zijn. Ruimte voor vrijheid Om gestalte te geven aan de vrijheid van godsdienst, zal de overheid met het gegeven van godsdienst en het bestaan van kerken in de samenleving rekening dienen te houden en binnen het kader van wet- en regelgeving op allerlei terreinen op een adequate manier een plaats dienen in te ruimen voor godsdienst en kerk. Te denken valt bijvoorbeeld aan mediawetgeving, rechtspersonenrecht en wetgeving omtrent arbeidstijden. Het niet rekening houden met kerk en godsdienst of het uitsluiten ervan bij de vormgeving van allerlei voorzieningen en bij het ordenen van het openbare leven door de overheid, komt al snel in strijd met het beginsel van neutraliteit van de overheid ten opzichte van godsdienst en levensbeschouwing. Zo is het in strijd met dit beginsel om subsidies open te stellen voor activiteiten van allerlei organisaties, behalve voor organisaties die vanuit een godsdienst of levensovertuiging handelen. In een moderne samenleving is het feitelijk uitgesloten dat kerk en overheid volkomen gescheiden kunnen zijn; juridisch is het problematisch. Een oppervlakkig beroep op het beginsel van scheiding tussen kerk en staat met de politieke bedoeling om voorbij te gaan aan kerk en godsdienst moet dan ook volstrekt worden afgewezen. Een nieuwere tendens De laatste jaren valt een enigszins andere tendens te ontwaren tegenover bovengenoemde – inadequate – interpretatie van het beginsel van scheiding van kerk en staat. Van verschillende zijden wordt, ook door overheidsvertegenwoordigers, wel aandacht gevraagd voor de sociale en integrerende functie van religieuze gemeenschappen. Met name wat betreft de islam, worden de religieuze gemeenschappen gezien als een aangrijpingspunt voor de overheid om in gesprek te raken met de daarbij betrokkenen over maatschappelijke zaken die tot de gemeenschappelijke aandacht van overheid en burgers behoren. Daarbij past dan ook een meer positieve houding ten aanzien van dialoog en eventuele praktische samenwerking met het oog op – veelal – maatschappelijke doelstellingen. Het geeft tegelijk blijk van een meer gematigde interpretatie van het beginsel van scheiding van kerk en staat. Een caveat De interpretatie van de verhouding tussen kerk en staat waarvan deze specifieke benaderingswijze getuigt, is meer realistisch, hoewel deze – negatief uitgedrukt – kan leiden tot het (vanuit de overheid gezien, louter) inzetten van religieuze gemeenschappen voor de verwezenlijking van overheidsbeleid.

Lees verder

CIO-web - CIO Interkerkelijk Contact in Overheidszaken
    • Postadres

      CIO-Secretariaat:
      Postbus 13049
      3507 LA Utrecht
      info@cioweb.nl

      Bezoekadres

      Adriaen van Ostadelaan 140
      3583 AM Utrecht

      Ook op

    • Secretaris

      Mr. Drs. Daniëlle P.J. Woestenberg Ma Ma
      Tel: 030 23 26 928
      d.woestenberg@rkk.nl

      Extra info

      Extra info
      op aanvraag