CIOWEB

Interkerkelijk contact in overheidszaken

CIO Bijdrage Ronde Tafel gesprek Tweede Kamer

Het is al eeuwen lang onrustig als het gaat om de verhouding tussen kerk en staat. Dat zal het ook wel blijven. Het is een groot thema. Dat lossen we nooit helemaal op. We moeten er hooguit voor waken het thema niet af te schaffen. De interactie tussen kerk en staat is een spel. We spelen het misschien nooit helemaal goed, maar we moeten het spel daarom niet opheffen. Met grote woorden lossen we het probleem niet op en met radicale oplossingen spelen we het spel niet goed. Wie niet enige kennis en begrip heeft van de geschiedenis van dit thema, moet zich er maar niet aan wagen. De kans is groot dat dit leidt tot veel geschreeuw en weinig wol. De meeste dingen zijn organisch ontstaan. Wie vandaag het mes wil zetten in een organisch weefsel maakt de dingen kapot. Van politici mag de wijsheid worden verwacht dat niet te doen. Het is onvermijdelijk dat er soms een serieus probleem is rond een religieuze instelling of vereniging. Het is verleidelijk om vanwege een bijzonder geval naar algemene maatregelen te grijpen. Is er een probleem op een school met religieuze grondslag, dan is er de neiging om in één keer generieke maatregel te treffen die het bijzonder onderwijs is zijn geheel aangaat. Dat is zeer ongewenst. Individuele gevallen moeten individueel beoordeeld worden. Er zal zeer terughoudend omgegaan moeten worden met algemene maatregelen. Er is een scheiding tussen kerk en staat. Dat is het eerste grote woord, dat van belang is, zowel voor de staat als voor de kerk. • Een wijze staat erkent die scheiding. Een wijze staat erkent dat er zoiets als een kerk is, die leeft vanuit een eigen gezag. Die niet onderworpen is aan staatsgezag. De staat stelt de kerkorde niet op. Dat mag de kerk ook nooit accepteren. In de kerk komt het gezag uiteindelijk van God, van de bijbel, van Christus. Gelovigen luisteren naar de stem van God. Dat is hun vrijheid. Die vrijheid komt in gevaar wanneer de staat het voor het zeggen wil krijgen in de kerk. Die vrijheid komt ook in gevaar wanneer de staat het aan gelovigen verbiedt om te leven vanuit hun geloof. Om hun geloof handen en voeten te geven, ook buiten de kerk. Een kerk is namelijk niet een privéclubje dat ergens achter gesloten deuren samenkomt. Een kerk is een openbaar lichaam, en kerkmensen leven met hun geloof in de maatschappij. • Een wijze kerk erkent de staat. De staat valt niet onder het gezag van een burgerlijke instantie. Ook niet onder het gezag van de kerk. Wel geloven we in de kerk dat de staat gebruikt wordt door God. Daarom is de kerk ook dankbaar dat er een staat is. Dat geeft ook de motivatie om loyaal burger te zijn en met de staat mee te werken tot heil en welzijn van allen. Maar heersen over de staat is er niet bij. We willen ook helemaal niet dat de staat partij trekt voor de kerk, een kerk of een religie. De staat behandelt haar burgers gelijk en dat is genoeg. Wij leven in een democratische rechtsstaat. Als kerk ondersteunen we dat van harte. Concreet betekent dit dat de regering steunt op een meerderheid. Dat is nog wat anders dan dat een regering slechts uitvoering geeft aan de wil van de meerderheid. Juist in een rechtstaat zal een regering recht doen aan minderheden. Het recht beschermt bij uitstek de minderheden. Ook religieuze minderheden. Zo niet, dan ontstaat de dictatuur van de meerderheid. Het gevolg is dat minderheden zich terugtrekken, afhaken, de kans niet krijgen hun bijdrage te geven aan de maatschappij. Helaas constateren we tendensen in die richting. Godsdienst wordt beschouwd als een privé-aangelegenheid achter de voordeur. Zodra het zich meldt op de straat, in het publieke domein, ontstaat er argwaan. Minderheden moeten hun praktijken aanpassen aan de smaak en opvatting van de meerderheid. Dat is niet ongevaarlijk. Deugden als tolerantie en ruimdenkendheid, die de Nederlandse samenleving kenmerken, kunnen verloren gaan. En er wordt gediscrimineerd tussen seculiere opvattingen die wél de ruimte krijgen en religieuze opvattingen die dat niet krijgen. Veel gelovigen zijn gemotiveerd om een bijdrage te geven aan de samenleving. De overheid kan alleen maar positief staan ten opzichte van een dergelijke bijdrage. Zeker bij een terugtrekkende overheid is dit belangrijk. Dan moeten gelovigen er ook op kunnen rekenen dat hen geen onnodige obstakels in de weg gelegd worden, dit te doen. Die obstakels zijn er soms wel. Bijvoorbeeld, wanneer de overheid allerlei voorwaarden stelt aan organisaties op religieuze grondslag. In naam van de scheiding tussen kerk en staat worden dan religieuze instellingen gedwongen zich aan te passen aan een meerderheidsmoraliteit en wordt het hen onmogelijk gemaakt zich te organiseren op grond van eigen principes. Wij begrijpen heel goed dat recht ook grenzen trekt. Dat in de Nederlandse samenleving sommigen dingen niet ‘horen’. Vrijheid is nooit onbegrensd. Er is een impliciete en expliciete moraliteit in de samenleving, waar niemand zich zomaar aan kan onttrekken. Die moraliteit staat niet in één keer vast, is flexibel, is organisch gegroeid. Dat laat onverlet dat er grenzen zijn. Ook een open samenleving heeft grenzen nodig. Dat kan soms spanningen opleveren. Het ene recht kan zich dan op gespannen voet met het andere verhouden. Daar is niets aan te doen. Er is wijsheid voor nodig hiermee om te gaan. Aan de ene kant zullen minderheden, ook religieuze minderheden, zich op een realistische manier moeten verstaan met het karakter van de Nederlandse samenleving, ook in haar expliciete en impliciete moraliteit. Dat vraag soms om aanpassing, flexibiliteit en relativering. Aan de andere kant is terughoudendheid gewenst, om minderheden te dwingen zich in het gareel van deze moraliteit te begeven. Vooral wanneer daarmee gewetensdwang wordt uitgeoefend. Besturen is altijd een kwestie van wijsheid en fijngevoeligheid. Wij zijn beducht voor populistisch taalgebruik, waarin onder het mom van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ de botte bijl gehanteerd wordt. Laten we het spel blijven spelen en niet één speler buitenspel zetten. Kerken hebben vanuit hun overtuiging een mening over wat er gebeurt in ons land. Zo zullen zij ook geëigende wegen zoeken een overheid aanspreken op haar verantwoordelijkheid. De kerk heeft daarin van ouds vooral oog voor zwakken en mensen in de marge. Kritiek veronderstelt betrokkenheid. Wij stellen het op prijs wanneer er van de kant van de overheid een open oor is om naar kritische stemmen te luisteren, ook van de kant van de kerken. Vanouds is die openheid er vaak geweest en wij hopen dat deze er zal blijven. Een neutrale overheid is een overheid die niet partijdig is. Neutraliteit gaat echter uitstekend samen met openheid voor wat er vanuit de samenleving naar voren wordt gebracht. Kerken pretenderen geen belangenorganisatie te zijn, maar vanuit hun roeping oog te hebben voor het heil en het welzijn van allen. Alleen al om die reden mogen wij hopen op een overheid die zelfstandigheid paart aan receptiviteit. Wij zijn dankbaar voor alle goede banden die er zijn tussen overheid en kerken. Wij erkennen de faciliterende rol van de overheid ook waar het gaat om de inbreng van kerken in onze samenleving. Wij hebben geleerd elkaars zelfstandigheid te respecteren en van daaruit elkaar de ruimte te geven. Wij spreken de wens uit: wordt vervolgd. Namens het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) Dr. A.J. Plaisier (lid moderamen) Drs. W.J. Deetman (voorzitter) Mr. Dr. R.A.J. Steenvoorde (secretaris) Drs. J.C.G.M. Bakker (lid moderamen) Dr. T.J. van der Ploeg (lid moderamen) R.E. Vis (lid moderamen) Drs. E. van Voorden (lid moderamen) Dr. J. P. de Vries (lid moderamen)

Labels:,

CIO-web - CIO Interkerkelijk Contact in Overheidszaken
    • Postadres

      CIO-Secretariaat:
      Postbus 13049
      3507 LA Utrecht info@cioweb.nl

      Bezoekadres

      Adriaen van Ostadelaan 140
      3583 AM Utrecht

      Ook op

    • Secretaris

      Mr. Drs. Daniëlle P.J. Woestenberg Ma Ma
      Tel: 030 23 26 928
      d.woestenberg@rkk.nl

      Extra info

      Extra info
      op aanvraag