CIOWEB

Interkerkelijk contact in overheidszaken

Kerk heeft niet alles te zeggen over privéleven werknemers (2010)

Op 23 september 2010 deed het Europese Hof voor de Rechten van de Mens uitspraak in twee zaken (Obst v. Duitsland en Schüth v. Duitsland) waarin het ging om het ontslag van kerkelijke werknemers op grond van gedrag dat tot de privésfeer behoort.

Juridisch ging het om de vraag in hoeverre religieuze gemeenschappen vrij zijn in hun optreden tegen werknemers die in hun privéleven niet voldoen aan fundamentele opvattingen van de geloofsgemeenschap. Met andere woorden, is er bij een ontslag op grond van zo’n conflict een schending van artikel 8 van de Europese Conventie (het recht op eerbiediging van privé, familie- en gezinsleven?

Schüth v. Duitsland

Schüth was gedurende vele jaren organist in de Lambertus parochie in het Duitse Essen. In 1994 scheidde hij van zijn vrouw. Een jaar later ontwikkelde zich een relatie met een andere vrouw. Dit laatste zou misschien niet zo in de gaten zijn gelopen, ware het niet dat Schüth’s kind in 1997 op school meldde dat er een broertje of zusje op komst was. Een jaar later wordt Schüth ontslagen omdat, volgens de kerk, een buitenechtelijke verhouding in strijd is met de Katholieke Leer. De Duitse rechters stelden de kerk in het gelijk. Volgens hen had Schüth een zodanig belangrijke positie in de parochie dat de kerk niet anders kon doen om hem te ontslaan om haar geloofwaardigheid te behouden. Het Europese Hof oordeelde echter anders.

Het Europese Hof stelt expliciet dat Schüths handtekening onder het arbeidscontract nog niet betekent dat de kerk over zijn privéleven kan beschikken: “de handtekening onder het (arbeids)contract kan niet worden geïnterpreteerd als een intentie om in geval van een scheiding in volledige onthouding te gaan leven”. Ook merkte het Hof op dat Schüth de zaak stil had gehouden, nooit de leer van de Kerk had bekritiseerd en dat hij, als kerkmuzikus, na zijn ontslag nog maar weinig andere mogelijkheden om werk te vinden.

Concluderend stelt het Europese Hof dat in zijn afwegingen de Duitse rechter onvoldoende aandacht heeft gehad voor het de facto gezinsleven van Schüth. Daarom is er sprake van een schending van artikel 8 van de Europese Conventie.

Obst v. Duitsland

In de zaak Obst ging het om de directeur Europese Public Relations van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (Mormonen). Hij biechtte zijn huwelijksproblemen en buitenechtelijke affaire zelf op bij zijn werkgever. Een paar dagen later werd hij ontslagen.

In deze zaak oordeelde het Europese Hof dat de Duitse rechter de wederzijdse belangen goed had afgewogen. Ten eerste had de kerk gehandeld nadat Obst de kerk zelf, op eigen initiatief, had geïnformeerd. Ten tweede bekleedde Obst een zodanig zichtbare en belangrijke positie in de kerk dat het handhaven in weerwil van de kerkelijke leer de kerk ongeloofwaardig zou maken. Bovendien verwachtte de rechters dat, gezien de jonge leeftijd van Obst en zijn vakgebied, dat de schade als gevolg van zijn ontslag beperkt zou zijn. De belangenafweging door de Duitse rechter ten gunste van de Mormoonse Kerk leverde daarom geen strijd op met artikel 8 van de Europese Conventie.

Labels:, ,

CIO-web - CIO Interkerkelijk Contact in Overheidszaken
    • Postadres

      CIO-Secretariaat:
      Postbus 13049
      3507 LA Utrecht
      info@cioweb.nl

      Bezoekadres

      Adriaen van Ostadelaan 140
      3583 AM Utrecht

      Ook op

    • Secretaris

      Mr. Drs. Daniëlle P.J. Woestenberg Ma Ma
      Tel: 030 23 26 928
      d.woestenberg@rkk.nl

      Extra info

      Extra info
      op aanvraag