CIOWEB

Interkerkelijk contact in overheidszaken

Verplicht kruisbeeld in de klas geen schending EVRM (2011)

Verplicht kruisbeeld in de klas geen schending EVRM (2011)

Het was een rechtszaak waar met spanning naar werd uitgezien. Mag de Italiaanse overheid kruisbeelden in openbare scholen ophangen? Of gaat dat nu in tegen de onderwijsverplichtingen van de staat en het recht van ouders om hun kinderen volgens hun eigen godsdienstige of filosofische overtuigingen op te voeden? Het Europese Hof voor de rechten van de mens stond voor een lastige kwestie.

Aanleiding In het schooljaar 2001-2002 volgen de twee zonen van mevrouw Lautsi onderwijs aan een openbare school in Italië. In ieder lokaal hangt een crucifix. In april 2002 verzoekt de vader van de kinderen aan de school om de religieuze afbeeldingen te verwijderen. Zijn familie is namelijk niet katholiek. Het schoolbestuur weigert dit. In de daaropvolgende rechtszaken wordt de eis van de ouders afgewezen.

Een oude traditie? De Italiaanse regering betoogde voor het Hof dat de aanwezigheid van crucifixen in het openbaar onderwijs onderdeel is van een lange traditie die men wenste te handhaven. Een kruisbeeld, zo betoogde men, is niet alleen een religieus symbool maar symboliseert ook de principes en waarden die ten grondslag liggen van de democratie en de westerse beschaving.

De wettelijke verplichting tot het ophangen van een kruisbeeld in een schoollokaal komt voor het eerst voor in een wet van 1860 van het koninkrijk Piemonte-Sardinië. Een jaar later werden de wetten van dit koninkrijk de basis van het rechtssysteem van de nieuwe Italiaanse staat. Rond de jaren ’20 van de twintigste eeuw blijken niet overal meer de verplichte kruisbeelden en portreten van koning aanwezig te zijn. Dit leidde tot een juridische hernieuwing van de plicht. Na het referendum van 1946 wordt Italië een republiek en wordt de koning verbannen. De Republikeinse grondwet van 1948 garandeert vrijheden aan ‘andere religies dan het katholicisme’. In 1984 wordt in een nieuw concordaat met de Heilige Stoel vastgelegd dat het katholicisme niet langer de officiële staatsgodsdienst is. In 1989 legt de hoogste Italiaanse rechter deze bepaling zo uit dat het constitutionele secularisme niet betekende dat de staat zich niets van religies zou moeten aantrekken, maar dat zij de vrijheid van religie moest beschermen in de context van een confessioneel en cultureel pluralisme.

Het Europees Recht Bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beroept mevrouw Lautsi zich op artikel 2 Eerste Protocol van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) waarin geregeld wordt dat iedereen het recht heeft om zijn kinderen op te voeden overeenkomstig zijn godsdienstige en filosofische overtuigingen én waarin de plicht van de staat tot eerbiediging van dat recht is vastgelegd. Daarnaast speelt artikel 9 EVRM een rol: het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en om deze zowel privé en in het openbaar te mogen belijden. De vraag die het Europese Hof moest beantwoorden was of de Italiaanse staat, door het verplicht stellen van de kruisbeelden in een klaslokaal, deze rechten van mevrouw Lautsi en haar familie had geschonden?

De eerste uitspraak: het mag niet De zogenaamde Kleine Kamer van het Europese Hof oordeelde in november 2009 dat de staat door het verplicht ophangen van een religieus symbool op een openbare school (een publieke functie) het recht van de ouders had beperkt om hun kinderen op te voeden conform hun eigen religieuze en levensbeschouwelijke opvattingen. De Italiaanse staat werd veroordeeld tot het betalen van een morele schadevergoeding van 5000 euro aan mevrouw Lautsi. Naar aanleiding van deze uitspraak ging de Italiaanse staat in beroep bij de Grote Kamer van het Hof.

De tweede uitspraak: het mag wel Voor de Grote Kamer van het EVRM betoogde de Italiaanse staat wederom dat de aanwezigheid van het kruis een lange traditie kende, en bovendien niet zozeer een religieuze, maar vooral een symbolische betekenis had. Het Hof oordeelde dat het besluit om een traditie al dan niet te laten bestaan natuurlijk aan de lidstaten zelf is, maar dat dit hen tegelijkertijd niet ontslaat van het respecteren van de rechten en vrijheden van het EVRM. Over de betekenis van het kruis merkte het Hof op dat de nationale rechters hier verschillende opvattingen over hadden, en dat het niet de taak van het Hof was om zich hier in te mengen.

Met betrekking tot de rechten van mevrouw Lautsi en haar kinderen merkt het Hof op dat, hoewel de kruisbeelden een symbool waren van de religieuze opvattingen van een meerderheid van de leerlingen, dat op zichzelf nog niet als voldoende bewijs kon gelden van een religieuze indoctrinatie door de staat. De passieve symboliek van een crucifix is niet te vergelijken met actieve lessen of verplichte deelname aan religieuze activiteiten. Uit het beleid van de school bleek bovendien dat er voldoende ruimte was voor de leerlingen voor uitingen van andere religies en overtuigingen in het dragen van kleding, het volgen van godsdienstlessen op verzoek en de aandacht voor niet-katholieke feestdagen etc. Op geen enkel moment is er gebleken dat de school ‘zieltjes zou hebben willen winnen’. Tenslotte wees het Hof erop dat mevrouw Lautsi als ouder nergens was tegengewerkt om haar zonen op te voeden volgens haar eigen levensbeschouwelijke opvattingen.

Op grond van deze overwegingen besluit het Hof dat de Italiaanse staat door het verplicht stellen van kruisbeelden in de klaslokalen van het openbaar onderwijs niet het EVRM heeft geschonden omdat deze verplichting valt binnen de vrije beleidsruimte van het artikel.

CIO-web - CIO Interkerkelijk Contact in Overheidszaken
    • Postadres

      CIO-Secretariaat:
      Postbus 13049
      3507 LA Utrecht
      info@cioweb.nl

      Bezoekadres

      Adriaen van Ostadelaan 140
      3583 AM Utrecht

      Ook op

    • Secretaris

      Mr. Drs. Daniëlle P.J. Woestenberg Ma Ma
      Tel: 030 23 26 928
      d.woestenberg@rkk.nl

      Extra info

      Extra info
      op aanvraag