Scheiding van kerk en staat

Dr. S.C. van Bijsterveld: Over de scheiding van kerk en staat

De beginselen
De verhouding tussen kerk en staat wordt bepaald door het recht van godsdienstvrijheid; het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie; en het beginsel van scheiding tussen kerk en staat.

Een stukje geschiedenis
De scheiding tussen kerk en staat werd afgekondigd na de Bataafse Omwenteling van 1795. Bij de vestiging van het Koninkrijk der Nederlanden in 1814 werd het beginsel behouden. In de loop van de 19de eeuw werden de betrekkingen tussen overheid en kerken op het concrete niveau van de wet- en regelgeving gaandeweg volgens dit beginsel gemodelleerd. Scheiding tussen kerk en staat is ook een van de basisbeginselen in de onderlinge verhouding tussen kerk en staat.

Soms ondoordacht gebruik
De laatste jaren wordt het beginsel van scheiding van kerk en staat in het publieke debat en in de politiek met enige regelmaat ingeroepen. Dit is het geval in discussies over zowel christendom als islam. De vanzelfsprekendheid van dit beginsel en de dwingende kracht die ervan uitgaat, maken dat het al snel een sterk argument wordt voor elke stelling die verkondigd wordt. Meermaals wordt het beginsel in louter politieke zin gebruikt op een wijze die geen recht doet aan de werkelijke en eigenlijke betekenis ervan.

De Grondwet
Het beginsel van scheiding tussen kerk en staat is niet als zodanig in de Grondwet of enige ander wet neergelegd. Het moet gezien worden in het licht van de in de Grondwet gegarandeerde vrijheid van godsdienst (artikel 6), alsmede het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie (artikel 1). Anders gezegd, het beginsel van scheiding van kerk en staat staat niet op zichzelf; het moet worden geïnterpreteerd in het licht van vrijheid van godsdienst en neutraliteit van de overheid ten aanzien van godsdienst en levensovertuigingen. Dit feit alleen al brengt mee dat, anders dan veelal wordt gesuggereerd, een scheiding tussen kerk en staat geen absolute scheiding kan zijn.

Ruimte voor vrijheid
Om gestalte te geven aan de vrijheid van godsdienst, zal de overheid met het gegeven van godsdienst en het bestaan van kerken in de samenleving rekening dienen te houden en binnen het kader van wet- en regelgeving op allerlei terreinen op een adequate manier een plaats dienen in te ruimen voor godsdienst en kerk. Te denken valt bijvoorbeeld aan mediawetgeving, rechtspersonenrecht en wetgeving omtrent arbeidstijden. Het niet rekening houden met kerk en godsdienst of het uitsluiten ervan bij de vormgeving van allerlei voorzieningen en bij het ordenen van het openbare leven door de overheid, komt al snel in strijd met het beginsel van neutraliteit van de overheid ten opzichte van godsdienst en levensbeschouwing. Zo is het in strijd met dit beginsel om subsidies open te stellen voor activiteiten van allerlei organisaties, behalve voor organisaties die vanuit een godsdienst of levensovertuiging handelen. In een moderne samenleving is het feitelijk uitgesloten dat kerk en overheid volkomen gescheiden kunnen zijn; juridisch is het problematisch.
Een oppervlakkig beroep op het beginsel van scheiding tussen kerk en staat met de politieke bedoeling om voorbij te gaan aan kerk en godsdienst moet dan ook volstrekt worden afgewezen.

Een nieuwere tendens
De laatste jaren valt een enigszins andere tendens te ontwaren tegenover bovengenoemde – inadequate – interpretatie van het beginsel van scheiding van kerk en staat. Van verschillende zijden wordt, ook door overheidsvertegenwoordigers, wel aandacht gevraagd voor de sociale en integrerende functie van religieuze gemeenschappen. Met name wat betreft de islam, worden de religieuze gemeenschappen gezien als een aangrijpingspunt voor de overheid om in gesprek te raken met de daarbij betrokkenen over maatschappelijke zaken die tot de gemeenschappelijke aandacht van overheid en burgers behoren. Daarbij past dan ook een meer positieve houding ten aanzien van dialoog en eventuele praktische samenwerking met het oog op – veelal – maatschappelijke doelstellingen. Het geeft tegelijk blijk van een meer gematigde interpretatie van het beginsel van scheiding van kerk en staat.

Een caveat
De interpretatie van de verhouding tussen kerk en staat waarvan deze specifieke benaderingswijze getuigt, is meer realistisch, hoewel deze – negatief uitgedrukt – kan leiden tot het (vanuit de overheid gezien, louter) inzetten van religieuze gemeenschappen voor de verwezenlijking van overheidsbeleid.

bijsterveld, kerk, staat

Postadres

CIO Secretariaat

Postbus 13049
3504 LA Utrecht

Bezoekadres

Adriaen van Ostadelaan 140, 3583 AM Utrecht

Secretaris

Mr. Drs. Daniëlle P.J.
Woestenberg Ma Ma
Tel. 030 23 26 928

Extra info

Op aanvraag

Social media