CIOWEB

Interkerkelijk contact in overheidszaken

Christelijk Gereformeerde Kerk te Zeewolde vs. H.R.H.A. de Boer

In 2003 werd dominee de Boer afgezet als predikant van de Christelijk Gereformeerde kerk in Zeewolde. De heer de Boer ging vervolgens in beroep via de kerkelijke rechtsprocedure van de Christelijk Gereformeerde Kerk (classis – particuliere synode – generale synode).
Deze zaak is om twee redenen interessant. Procedureel omdat de Boer op een bepaald moment niet verder gaat met de kerkelijke procedure en de zaak voor de civiele rechter laat komen. Inhoudelijk omdat de Boer zich beriep op de constatering dat het hier arbeidsverhoudingen betrof en dat zijn ‘ontslag’ niet voldoende was gemotiveerd en daarmee ‘kennelijk onredelijk zou zijn’. De verhouding tussen kerkrecht en civiel recht De Dordtse kerkorde die geldt binnen de Christelijk Gereformeerde Kerk kent een trapsgewijs systeem van beroep op beslissingen genomen door een lager orgaan, eindigend bij de Generale Synode. Op een gegeven moment in de procedure heeft de afgezette dominee geen vertrouwen meer in de interne rechtsgang, hij vermoedt partijdigheid, en hij besluit het conflict voor te leggen bij de civiele rechter. Deze rechter acht zich bevoegd en komt op 2 februari 2005 met een uitspraak. Hier gaan beiden partijen tegen in beroep. Het Gerechtshof in Arnhem vernietigt het vonnis van de Kantonrechter. Het hof stelt dat zwaarwegende omstandigheden het naar redelijkheid en billijkheid mogelijk maken dat een rechtzoekende niet eerst de kerkelijke rechtsgang volgt. Dergelijke omstandigheden kunnen zijn dat het statuut voor het betreffende geschil geen voorschriften bevat, of indien de kerkelijke rechtsgang niet voldoet aan fundamentele beginselen van procesrecht. Het hof stelt ook dat er in dit geval geen sprake was feiten die het naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou maken om de kerkelijke rechtsgang te doorlopen. Ook heeft de Boer zijn appèls waarmee eventuele fouten in de procedure aanhangig konden worden gemaakt bij de Generale Synode zelf ingetrokken. Het hof concludeert dat er geen zwaarwegende omstandigheden waren om af te wijken van de kerkelijke rechtsgang. Daarom wordt de uitspraak van de Kantonrechter vernietigd. De afgezette dominee had eerst de kerkelijke rechtsgang geheel moeten doorlopen alvorens hij de procedure bij de burgerlijke rechter aanhangig maakte. Arbeidsverhoudingen De Kantonrechter in Lelystad had de relatie tussen de Boer en de Christelijk Gereformeerde kerk gekwalificeerd als een arbeidsverhouding, en de zaak conform het arbeidsrecht behandeld. De gemeente werd veroordeeld tot het betalen van een som geld en de kosten van het geding. Dit arrest is nu in zijn geheel door het Gerechtshof vernietigd. In de uitspraak van het Gerechtshof wordt geïntimeerde De Boer veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de CGK en de classis. Er zijn wel belangrijke vragen blijven liggen. Het hof heeft de geïntimeerde immers op formele gronden niet ontvankelijk verklaard. Daardoor is zij inhoudelijk niet meer toegekomen aan de vraag of de verhouding tussen de dominee en de CGK als arbeidsverhouding gekwalificeerd had moeten worden, inclusief de daarbij behorende wet- en regelgeving? De opmerking van het Hof dat de Boer zijn vordering baseert op “een kennelijk onredelijke/onregelmatige arbeidsovereenkomst” is curieus. Oud-vicepresident van de rechtbank in Rotterdam, Mr. E. Bos, is daarom met deze uitspraak niet gelukkig. In het Nederlands Dagblad van 17 februari 2010 stelt hij: “De regels van het burgerlijk recht passen niet op de positie van de predikant. Niet voor niets verklaart het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen in artikel 2 dat het niet van toepassing is op personen die een geestelijk ambt bekleden. Dit vloeit namelijk voort uit de vrijheid van godsdienst, zoals in onze Grondwet is erkend. Het uitgangspunt van het hof dat het hier om een arbeidsovereenkomst gaat, doet daaraan onvoldoende recht.” De vrijheid van godsdienst in het geding? Bos stelt in zijn artikel dat de uitspraak van het hof de godsdienstvrijheid ondergraaft. Het hof stelt immers dat: “Het recht op godsdienstvrijheid ziet uiteindelijk op de vrijheid van individuen om uiting te geven aan hun religieuze overtuigingen.” Met een verwijzing naar de Grondwet van 1848 merkt Bos op dat er oorspronkelijk wel meer werd bedoeld met de vrijheid van godsdienst, onder andere de vrijheid van oprichting, inrichting en regeling van kerk en kerkverband. Hij concludeert dan ook dat de overweging van het hof kerkgenootschappen degradeert tot niet meer dan een winkeliersvereniging met een door de leden te respecteren reglement.

Lees verder

Geluidsoverlast eredienst Leger des Heils (2) (RvS 1 april 2010)

In Zutphen is sinds begin 2007 een slepend juridisch conflict over het geluid van de korpszaal van het Leger des Heils. Deze is al meer dan een eeuw in het huidige pand gevestigd en is een beschermd monument. Omwonenden hebben bezwaar gemaakt tegen het geluidsniveau tijdens de eredienst en muziekrepetities. In april 2010 werden er door leden van de Tweede Kamer voor de ChristenUnie en het CDA vragen gesteld naar aanleiding van het afzien van een spoedvoorziening in deze zaak door de Raad van State. Wat er aan voorafging In 2008 stelde de gemeente een Activiteitenbesluit vast welke de geluidsbelasting voor de omgeving aan banden legde. Hiertegen maakte het Leger des Heils bezwaar bij de Raad van State. In april 2009 besloot de Raad dat zij alleen bij een besluit tot handhaving bevoegd was om te oordelen. Bij besluit van 19 januari 2010 heeft het college aan het kerkgenootschap een dwangsom opgelegd. Het leger des Heils stapt naar de Raad van State én vraagt om een spoedvoorziening. Kernvraag Het geschil spits zich thans toe op de vraag of versterkt geluid dat tijdens de kerkdiensten alsmede tijdens de voorbereide bijeenkomsten wordt veroorzaakt, onder de uitzonderingen van het gemeentelijke activiteitenbesluit vallen. Standpunt gemeente Het college stelt zich op het standpunt dat het onversterkte geluid dat wordt veroorzaakt bij kerkdiensten en bij oefenbijeenkomsten onder het in artikel 6, eerste lid, van de Grondwet opgenomen recht valt en dat het gebruik maken van versterkt geluid als een connex recht geldt (cf. uitspraak 5 RvS 5 januari 1996). Raad van State: geen spoedvoorziening Het connexe recht van versterkt geluid valt niet rechtstreeks onder de bescherming van artikel 6 van de Grondwet en daarmee ook niet onder artikel 2.18, eerste lid, aanhef en onder c van het Acitviteitenbesluit van de gemeente. Derhalve kon, na het verrichten van geluidsmetingen, het college ter zake handhavend optreden. De Raad van State treft daarom geen spoedvoorziening. Tweede Kamer: vragen Naar aanleiding van deze zaak hebben op 14 april leden van de Christenunie vragen gesteld aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op 16 april werden aanvullende vragen gesteld door leden van het CDA.

Lees verder

Godslastering moeilijker aantoonbaar (Uitspraak HR 10 maart 2009)

In politiek Den Haag wordt er druk gedebatteerd over de afschaffing in het Wetboek van Strafrecht van het artikel over de godslastering. Er gaan stemmen op om het verbod van godslastering voortaan onder artikel 137c (belediging) te laten vallen. Een nieuwe uitspraak van de Hoge Raad (10 maart 2009) laat zien dat die oplossing weinig succesvol zal zijn.

Lees verder

CIO-web - CIO Interkerkelijk Contact in Overheidszaken
    • Postadres

      CIO-Secretariaat:
      Postbus 13049
      3507 LA Utrecht
      info@cioweb.nl

      Bezoekadres

      Adriaen van Ostadelaan 140
      3583 AM Utrecht

      Ook op

    • Secretaris

      Mr. Drs. Daniëlle P.J. Woestenberg Ma Ma
      Tel: 030 23 26 928
      d.woestenberg@rkk.nl

      Extra info

      Extra info
      op aanvraag