
Reflectie van het CIO op het handelen rond binnenlandse Afstand en Adoptie 1956-1984
De kerken die bij het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken zijn aangesloten, hebben kennisgenomen van de bevindingen uit het rapport “Schade door schande” van Micha de Winter. De verhalen van betrokken vrouwen en kinderen uit dit onderzoek raken ons en maken duidelijk hoe diep deze geschiedenis in levens heeft ingegrepen. De kerken erkennen het leed dat velen hebben ervaren. Voor -ongehuwde- vrouwen was het afstand doen van hun kind een ingrijpende en pijnlijke gebeurtenis, vaak onder omstandigheden die als zwaar en beperkend zijn ervaren, met gevolgen die een leven lang kunnen doorwerken. Zowel voor de moeders als hun kinderen.
De benadering van ongehuwd moederschap kwam voort uit de interactie tussen burgermoraal, religieuze overtuigingen en sociale omstandigheden. Binnen die context hebben ook kerkelijke instellingen en organisaties een rol gespeeld binnen de breed gedragen normen uit die tijd. Tegelijk is en was de kerkelijke opvatting zelf geworteld in de Bijbelse traditie, waarin zorg voor de mens, bescherming van kwetsbaren en de waarde van het gezin centraal staan. Vanuit dat uitgangspunt is het bij elkaar houden van moeder en kind een belangrijke leidraad geweest. Juist daarom is het pijnlijk om te zien dat de praktijk in die tijd niet altijd in lijn was met die intenties.
De kerken zien dat er vrouwen zijn geweest die zich niet vrij voelden om zelf keuzes te maken. Niet zelden omdat zij nog zeer jong waren of in een afhankelijke positie verkeerden. De ervaren en blijvende negatieve gevolgen zijn ingrijpend. Tegelijk is in het verleden vanuit een sterk gevoel van verantwoordelijkheid ook hulp en opvang geboden aan vrouwen in kwetsbare situaties. Kerkelijke gemeenschappen en instellingen hebben daarin een rol gespeeld, vaak met de intentie om zorg en bescherming te bieden binnen de toen geldende maatschappelijke kaders.
De kerken erkennen het leed en bieden ondersteuning waar mogelijk. Concreet betekent dit:
-
dat zij meewerken aan toegang tot beschikbare informatie voor betrokkenen;
-
dat zij blijven uitdragen dat het scheiden van moeder en kind niet in overeenstemming is met hun overtuigingen;
-
en dat zij pastorale begeleiding en ondersteuning aanbieden aan mensen die door deze geschiedenis zijn geraakt.